Zwerven door Amsterdam
Opmerkingen en/of vragen: E-mail naar Rob van het Groenewoud
[ 1e Schinkelstraat 4'' | Plantage Kerklaan 7''' | Anjelierstraat 162' | Govert Flinckstraat 270" | Linnaeusparkweg 98" en 96hs ]
1e Schinkelstraat 4''
Ik ben geboren in het WG (Wester én Wilhelmina Gasthuis) en heb de eerste 20 jaar van mijn leven gewoond in de 1e Schinkelstraat. De straat is één van de serie parallelstraten tussen de Schinkel en de Amstelveenseweg vlak bij het Vondelpark, met op de rechterhoek de gereformeerde Schinkelkerk, verdwenen door de ontkerkelijking en op de linkerhoek de groentekelder van Brouwer, later van Van Feijen, eveneens verdwenen. Op de foto van de linkerhoek zijn de trappen te zien die natuurlijk een speelobject vormden en waarvan we vaak zijn verjaagd.
Gelukkig kwam er pas vrij laat asphalt in de straat, totaal niet geschikt om een tol 'aan te zetten'.
In de Schinkelstraten woonden de 'goddelozen', in tegenstelling tot de Amstelveenseweg, waarvan de winkeliers bijna allemaal 'Rooms' waren en kerkten in de Agneskerk bij het HaarlemmermeerStation. De bezoekers van 'onze kerk' kwamen vaak van ver omdat gereformeerden dun waren gezaaid.
Het studentenleven deed me besluiten 'op kamers' te gaan wonen.
Plantage Kerklaan 7'''
 |  |
Op een steenworp afstand van de collegezalen en practica in resp. Artis en de Hortus, vond ik mijn zij-kamertje bij de familie Olthof. Het kamertje was iets groter dan ik bij mijn ouders gewend was en gaf uitzicht op de bakker en de fietsenmaker aan de overzijde. De fietsenmaker was een opmerkelijke figuur in de straat, even een stuk gereedschap lenen deed je niet gemakkelijk, omdat hij altijd wel wat commentaar had. |
 |
Anjelierstraat 162'
Dit adres is inmiddels opgeheven. Er is ook geen huisnummer meer te zien aan de gevel. De halve 2-kamerwoningen van het type rug-aan-rug zijn nu tot 'normale' woningen twee-aan-twee samengevoegd. De woningen, ooit gebouwd door Concordia, werden wanneer ze vrij kwamen, door de Stichting Studenten Huisvesting gerenoveerd en aan studentenparen verhuurd.
Het wonen in de Jordaan was plezierig. De middenstand floreerde nog redelijk. Melkboer, bakker, groenteman en een kleine Simon de Wit waren op een steenworp afstand. Voor zicht op de Westertoren moest ca. 15 meter worden gelopen naar de hoek van de Anjelierdwarsstraat, dezelfde hoek waar MontePelmo zijn ijs verkocht. Liep je naar de Westerstraat, met op maandag de markt en stak je die over, dan kwam je in de Tichelstraat, de straat waar mijn grootvader Peeters een aantal jaren zijn vogelwinkel dreef en mijn moeder een groot deel van haar jeugd doorbracht.
Juffrouw Dikkes was onze buurvrouw aan de andere kant van de trap. Beppie hield in de gaten dat 'de studenten' meedraaiden in een schema om de trap schoon te houden. Onze achterburen, te bereiken via de zolder, waren Liesbeth en Ubele. Aan de overzijde van het hofje woonden Karin en Wiemer.
Toen 'de gekte' van onze onderbuurman voor steeds meer slapeloze nachten ging zorgen, gingen we omkijken naar een andere woning. We hadden 3 jaar in de Jordaan gewoond.
Govert Flinckstraat 270"

De woning, oorspronkelijk bestaande uit 2 kleine kamers, een tussenkamer, een uitgebouwde keuken en een bergzolder, was qua afmetingen niet veel kleiner of groter dan de vorige en circa 35 m2 groot. Onze oude benedenburen bewaakten de trap naar boven, tot de ouderdom ook hen verdreef en Wim er kwam wonen.
In de Pijp was het minstens zo plezierig wonen. Ook hier veel kleine middenstanders. Om de hoek, in de Sweelinckstraat, Kaassie-Kaassie, uiteraard voor kaas, maar vooral ook voor pâté's en ander beleg, daarnaast een ijssalon en La Tienda. Laatst genoemde zaak, voor producten uit het Middellandse Zee-gebied, zit inmiddels aan de overzijde, naast het eethuisje Alleman, wat door twee blonde zussen werd gedreven. Aan de markt zat onze vaste groenteman (op 3-hoog woonde later Cora) en op een ander stuk van de markt onze slager (ook voor paardenbiefstuk).
Corrie en Wim woonden iets verderweg in de Rustenburgerdwarsstraat, waar op een gegeven moment Tim werd geboren. Maria en Jan, waar we iets later mee bevriend raakten, woonden verderop in onze eigen straat.
Te voet naar het werk en op de terugweg boodschappen doen, was goed te doen. Loes had een baantje op de Weteringschans bij de Proefcrêche en ik bij de KLOS in de Pieter de Hoochstraat en later in de dependance in de Hillegaertstraat. Emma en Rob maakte ons attent op hun 2e (en 1e) etage die leeg kwam, een zeer aantrekkelijk aanbod, waardoor we na 7 jaar opnieuw verhuisden.
Linnaeusparkweg 98" en 96hs

Het verhuizen naar 'een nette buurt' zoals de Watergraafsmeer was (en is), viel me niet mee, maar de kwaliteit van de woning vergoede veel. We kregen ongeveer 120 m2 tot onze beschikking, verdeeld over 1½ verdieping. Op één hoog een grote kamer met balkon, op twee hoog 2 grote kamers-en-suite, een serre en een grote zijkamer. Dit alles met hoge plafonds. Ondanks het feit dat Emma en Rob ons regelmatig in hun tuin ontvingen, namen we er zelf maar een volkstuin bij. Truus en Henk waren ons hierin voorgegaan.
Woning en volkstuin bleken een goede voedingsbodem voor de geboorte van Jacob. Aan Eva, 1½ jaar ouder, had hij een speelmakkertje. Over en weer pasten we op elkaars kind.
Als fietsers vonden we dat we best een parkeerplaats in beslag konden nemen, zodat we een fietsenrek opscharrelden dat bij het Flevobad werd afgedankt. Later zou de deelraad Watergraafsmeer meer fietsenrekken gaan plaatsen. Aan de overzijde van de straat waren toen we er kwamen wonen nog 3 buurtwinkels, een melkboer, een groentenman en een bakker. Na enkele jaren waren ze alledrie verdwenen.
Toen de familie Kok van Linnaeusparkweg 96hs verhuisde, grepen we deze mogelijkheid aan om onze woonoppervlakte te vergroten naar 160m2 én een tuin van bijna 80 m2. De volkstuin kon worden opgedoekt, maar had jaren in een behoefte voorzien. Er was nu ruimte voor de geboorte van Eduard, 4 jaar na Jacob. Emma en Rob waren nu echte buren. Josine, 1½ jaar ouder dan Eduard, werd zijn speelmakkertje.
Naar Rob's genealogie pagina's